In Nigeria zijn de afgelopen dagen na oproep van de vakbonden tienduizenden mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen de afschaffing van de subsidies op brandstof. Daarbij kwam het in de steden Lagos en Kano tot gewelddadige confrontaties met de oproerpolitie, waarbij twee demonstranten werden doodgeschoten en talloze gewonden vielen.
President Goodluck Jonathan had besloten de subsidies af te schaffen omdat deze voor een groot deel verdwijnen in de zakken van corrupte zakenlieden en politici. Hij wil dit geld liever besteden aan onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur.
Mooie woorden, maar de Nigerianen hebben er geen enkel vertrouwen in dat ze in daden worden omgezet, zien het als een ordinaire bezuiniging die de gewone burger hard zal treffen. De afschaffing van de subsidies wordt niet alleen gevoeld bij het tankstation waar de prijzen zijn verdubbeld, maar ook in het openbaar vervoer. De hogere transportkosten zullen bovendien doorwerken in de prijzen van de levensmiddelen.
Is het niet merkwaardig dat een land dat zo rijk aan olie is, zijn burgers niet voordelig van brandstof kan voorzien? Het ligt er maar aan hoe je het bekijkt - het probleem schuilt eigenlijk in het feit dat Nigeria zelf geen raffinaderijen heeft, eerst dus ruwe olie moet exporteren om vervolgens dure benzine te kunnen importeren. Hierdoor verdwijnt een groot deel van de bodemschatten in de zakken van Westerse oliemaatschappijen, waaronder onze Koninklijke Shell – een subtiele vorm van neokolonialisme, het aloude liedje.
Zo wordt de Nigeriaanse burger dubbel gepakt, alle reden om de straat op te gaan.
(Foto's Googled)
Opvallend genoeg, geen vrouwen op straat – demonstreren is in Nigeria kennelijk een mannenaangelegenheid.
















No comments:
Post a Comment