New York City, 15 oktober 2011
Als er bij het horen of lezen van het woord Occupy geen belletje bij je gaat rinkelen, dan heb je het afgelopen jaar waarschijnlijk onder de grond geleefd. Geen enkele protestbeweging heeft de laatste maanden wereldwijd zo veel mensen op de been gebracht en haast dagelijks de kranten en televisiejournaals gehaald als Occupy.
Het begon in september in New York bij Wall Street, het kloppende hart van de financiële wereld. Mensen waren het zat om nog langer een speelbal te zijn van de beursen en de banken en verzamelden zich rondom het symbool van de macht van het geld.
Gelijkgestemden stroomden toe en men besloot te blijven om met elkaar te praten, te eten en te slapen - net zo lang tot er een oplossing zou zijn, een alternatief voor dit economische systeem met zijn perverse prikkels, dat het mogelijk heeft gemaakt dat de kloof tussen arm en rijk de laatste jaren zo explosief is gegroeid.
Statistieken geven aan dat de laatste dertig jaar het besteedbaar inkomen van de rijkste 1 procent Amerikanen met ongeveer 300 procent is gestegen, terwijl de armste 20 procent het met een toename van 18 procent moet doen. Hoe is dit mogelijk in een land dat zichzelf een democratie noemt? Zijn de mensen dom of zijn de mechanismes van het kapitaal te complex om te doorgronden? Is de democratie dan ook eerder een kwestie van schone schijn, een dekmantel, een doekje voor het bloeden – heb je slechts de keuze om door de hond of de kat te worden gebeten?
Velen Amerikanen zijn de afgelopen jaren hun baan kwijtgeraakt, hun huis uitgezet omdat ze de hypotheek niet meer konden opbrengen, hebben de pensioenen waar ze jaren voor hebben gespaard zien verdampen, terwijl ze dagelijks geconfronteerd worden met berichten over bankiers en managers die voor hun wanprestaties vette bonussen opstrijken. Eigenlijk is het een mirakel dat er niet eerder een volksopstand is uitgebroken.
In andere landen is het niet veel anders. Een klein percentage van de bevolking profiteert in toenemende mate van de welvaartsgroei ten koste van een groter wordende onderklasse. Geen wonder dat Occupy als een lopend vuurtje om zich heen grijpt en vanuit New York niet alleen overslaat naar andere Amerikaanse steden, maar al snel de rest van de wereld verovert. In tal van steden gaan mensen de straat op, verzamelen zich, slaan tentenkampen op om te laten zien dat ze van de schrijnende ongelijkheid in de wereld schoon genoeg hebben.
Alles komt samen op 15 oktober van dit jaar - massale betogingen overal ter wereld, van New York tot Madrid, van Amsterdam tot Tokyo, van Sydney tot Santiago. Hier volgt een overzicht van deze op vele plaatsen zonovergoten dag – een dag waarop de hoop op een betere toekomst overal in de lucht leek te hangen.
Harrisburg
Nova Scotia
Madrid
Barcelona
Porto
Parijs
London (met Julian Assange)
Amsterdam
Stockholm
Berlijn
Zurich
Boekarest
Sarajevo
Taipei
Seoul
Tokyo
Manilla
Sydney
Santiago de Chili
San Juan
Lissabon
Na de gedenkwaardige 15 oktober kwam de onvermijdelijke reactie. De gevestigde orde vond het welletjes – het was mooi geweest. In New York, Philadelphia en Los Angeles greep de politie hard in. Met gummiknuppels en pepperspray werd het verzet uiteengeslagen – demonstranten werden opgepakt, tentenkampen opgebroken, pleinen schoongeveegd.
Vervolgens viel de winter in en werd het steeds stiller rondom Occupy. Op Wall Street en op het Beursplein ging men over tot de orde van de dag.






















No comments:
Post a Comment